6.2 Van Oers Audit

6.2.1 Ontwikkelingen
6.2.2 AFM en regulier toezicht
6.2.3 Thema-onderzoeken AFM
6.2.4 Publicaties AFM en opvolging
6.2.5 Kwaliteitsmaatregelen
6.2.6 Onafhankelijkheid
6.2.7 Verantwoording tijdsbesteding bestuurders
6.2.8 Schendingen
6.2.9 Meldingen
Audit Cijfers
Verklaring van beleidsbepalers

6.2.1 Ontwikkelingen

Nieuwe auditapplicatie

Het bestuur van Van Oers Audit heeft na grondige evaluatie besloten om een nieuwe auditapplicatie te implementeren. Met ingang van de controleopdrachten over boekjaar 2025 wordt Caseware Controle Manager vervangen door Inflo. De medewerkers zijn intensief getraind en het Bureau Vaktechniek heeft aanzienlijk tijd en aandacht besteed aan de configuratie van Inflo.

Outsourcing

Begin 2025 is Van Oers gestart met het outsourcen van controlewerkzaamheden, waarbij tijdens de opstart in Belgrado een team van drie medewerkers werd gevormd. Inmiddels bestaat dit team uit vijf mensen. Het Belgradoteam werkt volledig volgens het kwaliteitsstelsel van Van Oers Audit waarmee ze, tijdens hun bezoek aan Nederland of wanneer medewerkers van Van Oers Audit in Belgrado waren, uitgebreid kennis hebben gemaakt. Zowel het kwaliteitshandboek als audit alerts zijn vertaald naar het Engels, en het Bureau Vaktechniek communiceert nu in zowel Nederlands als Engels.


6.2.2 AFM en regulier toezicht

Gedurende 2025 zijn, met instemming van de RvC, twee (2024: geen) externe accountants aangemeld bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en geen externe accountants afgemeld. Van Oers Audit telt per 31 december 2025 negen externe accountants.


6.2.3 Themaonderzoeken AFM

De AFM houdt op verschillende manieren toezicht op accountantsorganisaties. Een belangrijk instrument hierbij is het uitvoeren van themaonderzoeken onder een selectie van accountantsorganisaties, waarover de AFM vervolgens rapporteert en publiceert. In 2025 is verdere opvolging gegeven aan de themaonderzoeken die in 2024 bij Van Oers Audit plaats vonden te weten: het themaonderzoek PDCA en het themaonderzoek naar de kwaliteit van de controlewerkzaamheden om in te spelen op frauderisico’s. Over dit laatste themaonderzoek publiceerde AFM in januari 2025 het rapport ‘Controlewerkzaamheden bij frauderisico schieten tekort’. Op basis van het publieke rapport, de bevindingen uit het themaonderzoek, de uitgevoerde oorzakenanalyse en de daaruit voortvloeiende verbeteracties en aanbevelingen, heeft Van Oers Audit een eigen vervolgthemareview uitgevoerd. Het doel hiervan is om periodiek te beoordelen of de intern uitgezette verbeteracties zijn weerslag vinden in de uitvoering van de controleopdrachten met betrekking tot boekjaar 2024. Voor dit themareview zijn periodiek (afgesloten) dossiers geselecteerd op basis van specifieke beweringen met betrekking tot frauderisico's zoals opgenomen in de afgegeven controleverklaringen. In totaal zijn 50 (afgesloten) dossiers onderzocht. Op basis van dit themareview kan geconcludeerd worden dat de verbeteracties en aanbevelingen in voldoende mate zijn opgevolgd. Bij een beperkt aantal controleopdrachten zijn wel specifieke schendingen vastgesteld en aanbevelingen gedaan voor de controleopdrachten van het boekjaar 2025.


6.2.4 Publicaties AFM en opvolging

In het vierde kwartaal van 2025 heeft de AFM diverse rapporten gepubliceerd, waarvan de opvolging zal plaatsvinden in 2026. De rapporten bevatten verschillende onderwerpen die relevant zijn voor de werkzaamheden van Van Oers Audit, en vormen de basis voor interne reviews en analyses in het komende jaar.

Rapport oktober 2025

Verkenning naar de aanpak van (dis)continuïteit in wettelijke controle Naar aanleiding van dit rapport zal in 2026 een passend themareview worden uitgevoerd binnen Van Oers Audit. Hierbij wordt specifiek de aanpak beoordeeld van continuïteit en discontinuïteit binnen de uitgevoerde wettelijke controleopdrachten.

Rapport november 2025

Sector in Beeld Op basis van de AFM-vragenlijsten worden binnen Van Oers Audit eigen analyses gemaakt. Deze analyses zullen worden vergeleken met het sectorrapport van AFM. Vervolgens wordt bepaald of vervolgonderzoek noodzakelijk is. Dit proces vindt plaats in 2026 en richt zich op het verkrijgen van inzicht in sectorbrede ontwikkelingen en het analyseren van de eigen controlepraktijk.

Rapport november 2025

Op weg naar een betere frauderisicoanalyse Naar aanleiding van het themaonderzoek naar de kwaliteit van de controle-werkzaamheden om in te spelen op frauderisico’s zijn door Van Oers Audit al diverse verbeteringen doorgevoerd op het gebied van frauderisicoanalyse. Het rapport van AFM zal in 2026 verder worden geanalyseerd om te bepalen welke aanvullende maatregelen kunnen worden ingezet om de kwaliteit van de frauderisicoanalyse te versterken.

Rapport december 2025

Grip op inzet tijd, middelen en honoraria belangrijk voor kwaliteit wettelijke controle Rapport december 2025: ‘Grip op inzet tijd, middelen en honoraria belangrijk voor kwaliteit wettelijke controle’. Naar aanleiding van dit rapport wordt de assessment vragenlijst, die AFM heeft bijgevoegd, ingevuld voor Van Oers Audit. Vanuit de uitkomsten van dit assessment zal een passend vervolg plaatsvinden.

Rapport december 2025

12 Bouwstenen voor beheerst gebruik van Audit-tooling De AFM benadrukt in dit rapport dat audit-tooling en GenAI alleen verantwoord waarde kunnen toevoegen als risicomanagement, datakwaliteit en implementatie solide zijn. Daarom introduceert de AFM twaalf bouwstenen om dit fundament te versterken en gecontroleerde toepassing te waarborgen. Het bestuur van Van Oers Audit zal een impactanalyse maken van deze bouwstenen, waarbij specifiek de invloed op de kwaliteit van de controleopdrachten wordt beoordeeld.


6.2.5 Kwaliteitsmaatregelen

Binnen onze organisatie hanteren wij diverse kwaliteitsmaatregelen die gericht zijn op het toetsen en verhogen van de kwaliteit van de dossiers. Deze maatregelen worden periodiek uitgevoerd en vormen een integraal onderdeel van ons kwaliteitsstelsel. Het bestuur streeft ernaar de verschillende kwaliteitsmaatregelen op een doeltreffende wijze toe te passen.

In vergelijking met voorgaande jaren worden minder Opdrachtgerichte Kwaliteitsbeoordelingen (OKB) en Risicogerichte Kwaliteitsbeoordelingen (RKB) ingezet. Dit is deels het gevolg van een afname in het aantal nieuwe klanten en een portefeuille die in voorgaande jaren al grondig is beoordeeld via OKB's. Daarnaast richt het bestuur zich meer op het toevoegen van kwaliteit bij specifieke onderwerpen, waarvoor interne en externe dossiercoaching beter aansluit. Themareviews worden ook toegepast om in te spelen op actuele thema's. Het bestuur evalueert jaarlijks het totale pakket aan kwaliteitsmaatregelen. Op basis van deze evaluatie wordt geconcludeerd dat de inzet van kwaliteitsmaatregelen toereikend is voor de gehele klantenportefeuille, waarbij zorgvuldig aandacht is besteed aan specifieke risico’s.

Soort kwaliteitsmaatregelen in beeld

Dossierinspecties

In 2025 zijn, in overeenstemming met de bepalingen van het Kwaliteitshandboek van Van Oers Audit, de dossierinspecties uitgevoerd. In lijn met vorig jaar, is voor 2025 besloten om alle inspecties door dezelfde reviewer te laten uitvoeren, om uniformiteit en consistentie in de uitvoering en vastlegging van de dossierinspectie te waarborgen. Vanaf 2024 vinden deze gedurende het hele jaar plaats, waardoor een grotere keuzemogelijkheid ontstaat in dossiers en sprake is van een continu lerend proces door het jaar heen. Uitkomsten van de dossierinspecties worden namelijk door het jaar heen in de VTO’s besproken. Van Oers Audit heeft verschillende maatregelen genomen om de frauderisicoanalyse te verbeteren. Om te beoordelen of deze maatregelen effectief zijn geweest, is aan de reviewer expliciet gevraagd de volgende aandachtspunten mee te nemen en hierover in het inspectieverslag te rapporteren:

  • Fraudegesprek: diepgang van de bespreking en de wijze van documentatie.
  • Bepaling van de frauderisico’s met aandacht voor de aanvliegroute voldoende (‘breed’ genoeg) en voldoende specifiek.
  • Management override of Controls (MooC) en data-analyse: wijze van documenteren van de verwachte boekingen en de diepgang van de werkzaamheden bij onverwachte boekingen.

Uitkomsten dossierinspecties

In 2025 zijn zes wettelijke controleopdrachten, één vrijwillige controleopdracht en één beoordelingsopdracht geselecteerd voor de dossierinspecties De uitkomsten waren als volgt:

  • 2 dossier is als voldoende beoordeeld,
  • 5 dossiers als voldoende met aanbevelingen,
  • 1 dossier is als onvoldoende beoordeeld.

Alle bevindingen zijn besproken met de betrokken externe accountant en teammanagers. In de gevallen waar sprake was van aanbevelingen, worden deze opgevolgd bij de eerstvolgende controle.

Oorzaakanalyse en herstelproces

Eén wettelijke controleopdracht is als onvoldoende beoordeeld als gevolg van ontoereikende controle-informatie bij het frauderisico op voorkomen. Bij een onvoldoende oordeel bij een dossierinspectie schrijft het kwaliteitshandboek voor dat een oorzaakanalyse moet worden uitgevoerd. In 2025 heeft de compliance officer een oorzaakanalyse uitgevoerd naar aanleiding van het ontbreken van geplande controlewerkzaamheden in het dossier. Uit de analyse bleek dat de belangrijkste oorzaak lag bij een onvoldoende Professioneel Kritische Instelling (PKI) van diverse teamleden tijdens de uitvoering van de controlewerkzaamheden waardoor (essentiële) werkzaamheden niet werden uitgevoerd zoals gepland. De teamleden gaven overigens aan dat er geen sprake was van druk door tijd, budget of bemensing. Volgens de geldende herstelprocedure is het dossier hersteld. Compliance heeft het herstel beoordeeld op toereikendheid en vastgesteld dat het dossier weer voldoet aan de gestelde eisen. Tijdens het VTO van februari 2026 hebben de externe accountant en de teammanager de uitkomsten van de dossierinspectie, hun ervaringen met de oorzaakanalyse en het herstel van het dossier gedeeld met de betrokkenen. Hiermee is het leerproces binnen het team geborgd en zijn de bevindingen transparant besproken.

Opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling (OKB)

Het bestuur heeft criteria geformuleerd om te bepalenwanneer een opdracht in aanmerking komt voor een opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling. Dit betreft een extra kwaliteitstoets die wordt uitgevoerd voordat de controleverklaring wordt getekend. Met het oog op de objectiviteit zijn alle OKB’s door externe OKB’ers uitgevoerd. Tevens wordt ervoor gezorgd dat externe accountants een goede afwisseling krijgen in OKB-ers om een te grote mate van vertrouwdheid te voorkomen. In 2025 zijn vier verschillende externe OKB’ers van twee verschillende dienstverleners (Kriton en V&A) ingeschakeld. Allen zijn ervaren OKB’ers en voldoen aan het criterium dat gesteld wordt aan een ‘senior-OKB-team’. In 2025 zijn 5 OKB’s toegewezen (2024: 12). Alle OKB’s hadden betrekking op wettelijke controleopdrachten. De uitkomsten van de OKB’s worden binnen de teams besproken. De compliance officer heeft vastgesteld dat alle OKB’s voor afgifte van de controleverklaring zijn afgerond en dat sprake is geweest van zowel formele als materiële uitvoering van de OKB. Tevens is een recapitulatie gemaakt van alle OKB-bevindingen met als doel te leren van de door de OKB’ers aangegeven aandachtspunten en best practises. Deze bevindingen zijn gedeeld tijdens VTO’s gedurende 2025. De manager vaktechniek gebruikt deze recapitulatie tevens voor aanscherping van werkprogramma’s, waar dit nodig wordt geacht.

Risicogerichte kwaliteitsbeoordeling (RKB)

Bij een RKB wordt een bepaald onderdeel/onderwerp uit het controledossier van een klant door een externe dan wel interne kwaliteitsbeoordelaar voorafgaand aan het verstrekken van de controleverklaring geëvalueerd. Jaarlijks bepaalt het bestuur in overleg met de compliance officer de criteria voor een RKB en worden controledossiers aangewezen voor een RKB. In 2025 zijn 2 RKB’s (2024: 3) uitgevoerd, die zagen op het onderwerp onafhankelijkheid.

Dossiercoaching

Dossiercoaching kan zowel extern als intern plaatsvinden. Externe coaching wordt met name ingezet als onderdeel van de benoemingsprocedure van RA’s tot externe accountant’ Interne coaching wordt uitgevoerd door het Bureau Vaktechniek of interne fraudedeskundigen. Deze coaching helpt teams om kritisch naar dossiers te kijken en ervan te leren en kan zowel na als tijdens controleopdrachten worden toegepast.

Themagerichte kwaliteitsbeoordeling (TKB)

Doel van deze kwaliteitsbeoordeling is om een goed beeld te krijgen van de wijze waarop, over teams en dossiers heen, wordt omgegaan met bepaalde onderwerpen en om hier best practises en leerpunten uit te halen. In 2025 zijn de volgende themareviews uitgevoerd:

Themareview fraudecoaching In deze themareview werd onderzocht of te toevoeging van een fraudedeskundige aan het controleteam zorgt voor betere fraudegesprekken en scherper geformuleerde risico’s. De conclusie is dat de discussie kwalitatief verbetert, maar niet leidt tot meer of andere frauderisico’s. Belangrijke aandachtspunten zijn: tijdige en zorgvuldige vastlegging van de discussie, betere documentatie van de inbreng van de fraude, en meer bewustwording bij medewerkers over fraudevoorbeelden en branche specifieke risico’s. Op basis van deze uitkomsten wordt dossiercoaching voor de controle opdrachten over het boekjaar 2025 op het onderwerp fraude voortgezet.

Themareview naar controlewerkzaamheden bij frauderisico’s Het doel van dit themareview is te beoordelen in hoeverre de aanbevelingen van de AFM, zoals vastgesteld in het dossieronderzoek bij Van Oers en het publieke rapport, zijn doorgevoerd in de controleopdrachten over het boekjaar 2024. Tevens is in deze themareview getoetst of de interne procedures en daarbij behorende instructies adequaat zijn opgevolgd. Daartoe zijn maandelijks dossiers geselecteerd op basis van controleverklaringen waarin de frauderisico’s ‘voorkomen’ en ‘afgrenzing’ waren opgenomen. Op basis van de uitgevoerde reviewwerkzaamheden kan geconcludeerd worden dat in voldoende mate opvolging is gegeven aan zowel de aanbevelingen uit de AFM-review als aan de bevindingen uit de interne olievlekanalyse.

Themareview klant- en opdrachtacceptatie en -continuatie (CEAC) In aansluiting op de eerdere CEAC-onderzoeken bij Van Oers Audit in 2023 en 2024, uitgevoerd naar aanleiding van het AFM-rapport ‘Aan de slag’, is een beperkt themareview gehouden. In deze review is het effect geëvalueerd van de in 2024 doorgevoerde verbeteringen en maatregelen. Dit themareview concludeert dat deze maatregelen hebben geleid tot een verdere optimalisatie van het klantacceptatie- en continuatieproces. Ten opzichte van CEAC-deel 2 is sprake van een verdere vooruitgang. De aanbevelingen richten zich met name op enkele dossiers waarin de documentatie van het integriteitsrisicoprofiel verder kan worden versterkt. De resultaten van het onderzoek geven geen aanleiding om op dezelfde wijze nog een aanvullend onderzoek te initiëren.

Themareview planningsfase Inflo-dossiers Zoals eerder aangegeven worden met ingang van het controleboekjaar 2025 de opdrachten uitgewerkt in een nieuwe auditapplicatie (Inflo). Ondanks het feit dat het bestuur ervan overtuigd is dat deze nieuwe auditapplicatie een belangrijke bijdrage gaat leveren aan het efficiënter en effectiever uitvoeren van de controlewerkzaamheden, bestaat met name in het eerste jaar het risico dat de implementatie ook een negatieve impact heeft op de kwaliteit van de uitvoering en documentatie van de werkzaamheden. Daarom is een specifieke kwaliteitsmaatregel geïmplanteerd. Door Bureau Vaktechniek is een analyse gemaakt van de belangrijkste verschillen tussen de oude en de nieuwe auditapplicatie. Op basis van deze analyse is een gerichte themareview uitgevoerd door een externe deskundige, met als doel te verifiëren of de introductie van de nieuwe auditapplicatie geen negatieve invloed heeft gehad op de kwaliteit van de uitvoering en documentatie van de werkzaamheden. De conclusie van dit onderzoek is dat de inrichting van Inflo voldoet aan de daaraan te stellen eisen en dat de implementatie geen negatieve impact heeft gehad op de kwaliteit van de uitvoering en documentatie van de werkzaamheden.

Consultaties

Het kwaliteitshandboek van Van Oers Audit bevat een overzicht van verplichte consultaties, waarvan de onderwerpen elk jaar worden geëvalueerd. Voor 2025 zijn geen veranderingen doorgevoerd in de lijst met consultatieonderwerpen. Wel is aan het einde van 2024 een belangrijke toevoeging gedaan voor verplichte consultaties met betrekking tot fraude en corruptie. Deze consultatiecriteria zijn als volgt:

  • aanwijzingen/vermoeden voor fraude of corruptie ongeacht of deze nu materieel is of niet;
  • bij factoren die leiden tot een corruptierisico of frauderisico;
  • bij weerlegging van het frauderisico in de opbrengstverantwoording.

In totaal zijn er 205 interne consultaties (2024: 173) geweest bij Bureau Vaktechniek en/of de compliance officer met betrekking tot cliënten van Van Oers Audit, binnen het kader van verslaggeving, vaktechniek en onafhankelijkheid, indien sprake is van samenloop van dienstverlening en/of langdurige betrokkenheid. De toename is voornamelijk toe te schrijven aan het aantal nieuwe consultaties inzake fraude en corruptie.


6.2.6 Onafhankelijkheid

Algemeen

In de jaarlijkse onafhankelijkheids- en integriteitsverklaringen dienen alle medewerkers van Van Oers melding te maken van het bestaan van relaties van niet te verwaarlozen betekenis met assuranceklanten. Tevens is er door het jaar heen sprake van een actieve meldplicht door medewerkers als er sprake is van een relatie met belang in of betrokkenheid bij een assuranceklant. Voor de klanten waar op grond van de duur van de betrokkenheid van de externe accountant sprake zou kunnen zijn van een bedreiging van de onafhankelijkheid, wordt door de externe accountant een analyse gemaakt die wordt afgestemd met compliance. Daar waar sprake is van een bedreiging wordt een maatregel getroffen. De maatregelen kunnen zijn: een consultatie onafhankelijkheid, een RKB of een tweede accountant op de opdracht. Van Oers heeft geen specifieke maatregelen op het gebied van 'verplichte' roulatie. Door herverdeling van de klantenportefeuille hebben wel wijzigingen plaatsgevonden en wordt impliciet rekening gehouden met duur van de betrokkenheid van de externe accountant.

Beleggingsbeleid bestuurders

In 2025 heeft de interne toetsingscommissie het beleggingsbeleid getoetst door jaarrekeningen en aangiftes van alle participanten te beoordelen. Er zijn geen bedreigingen voor de onafhankelijkheid of reputatie van Van Oers vastgesteld.

Aandacht voor samenloop dienstverlening

Binnen het netwerk van Van Oers is sprake van diverse vormen van dienstverlening. Het komt regelmatig voor dat bij assuranceklanten sprake is van samenloop van dienstverlening. Het is een steeds terugkerend onderwerp. Jaarlijks worden diverse acties ondernomen om de bewustwording binnen de hele organisatie te vergroten met als doel verbodssituaties te vermijden en passende maatregelen te treffen als sprake is van een bedreiging. De getroffen maatregelen zijn:

  • Bij bepaalde vormen van samenloop dienstverlening en als samenloop dienstverlening de auditfee overstijgt is verplichte consultatie bij compliance verplicht.
  • In de workflow opdrachtacceptatie is sprake van een stap waarbij de overige dienstverlening bij een assuranceklant vooraf moet worden afgestemd met de verantwoordelijke externe accountant.
  • Kennissessie met medewerkers van nieuwe vormen van dienstverlening binnen Van Oers, waarin de compliance officer uitleg geeft over de Verordening inzake Onafhankelijkheid (ViO).

Onafhankelijkheid bij klantomvang

Op basis van de analyse van de klantomvang op organisatie- en portefeuilleniveau zijn geen bedreigingen met het oog op de onafhankelijkheid geconstateerd.


6.2.7 Verantwoording tijdsbesteding bestuurders

Het bestuur van Van Oers Audit bestaat uit drie personen, waarvan twee externe accountants en de bestuursvoorzitter van Van Oers Groep. Uit de recapitulatie van de uren over 2025 kan geconcludeerd worden dat de twee statutair bestuurders, die tevens functioneren als externe accountant, gegeven de omvang van hun portefeuille, voldoende tijd beschikbaar hebben en besteden aan hun verantwoordelijkheden als externe accountant. De aard en omvang van de overige indirecte werkzaamheden zijn niet dusdanig van aard dat deze een negatieve invloed hebben op het functioneren als externe accountant. Vanaf 2026 houden twee van de drie bestuurders zich niet actief bezig met het bedienen en verwerven van cliënten, waardoor voldoende wordt geborgd dat het bestuur voldoende tijd heeft voor het dagelijkse besturen van de organisatie.


6.2.8 Schendingen

Er is sprake van een schending als regels zoals Wta en NV COS, maar ook interne procedures binnen Van Oers Audit worden overtreden. De compliance officer registreert alle geconstateerde/gemelde schendingen en de afwikkeling daarvan. In het kader van een lerende organisatie is het gewenst dat medewerkers hier alert op zijn en dat er geleerd en bijgestuurd wordt als regelgeving en/of interne procedures niet worden nageleefd. Deze bewustwording draagt bij aan een verdere kwaliteitsverbetering.

Overzicht schendingen

Voor alle schendingen geldt dat een analyse heeft plaatsgevonden naar de oorzaak en dat er passende maatregelen zijn getroffen om herhaling in de toekomst te voorkomen. In het kader van een lerende organisatie is het gewenst dat medewerkers hier alert op zijn en dat er geleerd en bijgestuurd wordt als regelgeving en/of interne procedures niet worden nageleefd. Deze bewustwording draagt bij aan een verdere kwaliteitsverbetering. Bij elk afdelingsoverleg wordt het belang van het melden van schendingen voor een lerende organisatie aan de orde gesteld.


6.2.9 Meldingen

Fraude

In 2025 is één (2024: geen) melding bij de compliance officer gedaan ten aanzien van een (vermoeden) van een materiële fraude bij een wettelijke controleklant. De klant heeft passende herstelmaatregelen getroffen naar aanleiding hiervan. Er heeft geen melding plaats gevonden op grond van art 26.2 Bta.

Tussentijdse opdrachtbeëindiging

In 2025 (2024: 1) is geen sprake geweest van een tussentijdse opdrachtbeëindiging.

Incidenten

In 2025 zijn geen incidentmeldingen bij de AFM gedaan. De afweging of een incidentmelding gedaan moet worden vindt gestructureerd plaats. Deze afweging wordt gemaakt in het geval van een (vermoeden van) fraude bij een wettelijke controleopdracht en bij iedere FIU-melding. Tevens is in 2025 deze afweging ook gemaakt naar aanleiding van de uitkomsten van het verdiepende onderzoek naar examenfraude.

Terug
Inhoud
Naar boven
Verder